Ik ben er weer, of is dat te vroeg gezegd?

Het is 19 juni 2022 wanneer m’n leven totaal overhoop wordt gegooid. Alle plannen die we hadden worden met één forse handveeg van tafel gebonjourd. Hadden we het niet kunnen zien aankomen? Had ik het kunnen voorkomen? Hadden we eerder aan de bel moeten trekken? Is er iemand die me hoort? De stem in mijn hoofd sterft weg…

Zondagochtend 19 juni 2022. Gisterochtend kwam Mark eerder thuis van het werk. Sterker nog: hij had zaterdagochtend ochtenddienst en heeft maar een uurtje gewerkt. Rond 7 uur belde hij de dokterswacht. Tintelingen in zijn armen, dubbelzien, vaag gevoel in de benen en voeten en het ging allesbehalve goed. Uiteindelijk is Mark zowel zaterdagochtend als zaterdagavond met onverrichte zaken weer naar huis gestuurd. “Een paniekaanval”, zei de dienstdoende huisarts, Theo Schrijver. Stomverbaasd keek ik de man aan. “Een paniekaanval? Meent u dit? U ziet toch dat er iets niet klopt?” Ik probeerde mijn opkomende woede te beheersen. De arts haalde zijn schouders op en zei dat hij niets meer kon doen.

Terug naar zondagochtend. Die vreselijke zondagochtend. We werden rond half zeven wakker. Of eigenlijk: ik werd wakker van Mark z’n gekreun. Geschrokken kijk ik naast me. Ik zie een man van 28 jaar als een baby in bed liggen. Ik zie angst in zijn ogen. “Ik… ik voel het dekbed niet meer…” De grond zakt onder m’n voeten vandaan, ondanks dat ik toen nog niet wist in welke nachtmerrie we terecht waren gekomen. Ik ga meteen in de actiemodus: ik douche me snel, kleed me aan, pak een washandje en was Mark op bed. Wáárom ik dacht dat ik Mark eerst moest wassen, is me nog steeds een raadsel. Daarna bel ik de spoeddienst van de dokterswacht. Ze hoort me aan en verbindt me direct door met de alarmcentrale. En vanaf dan sta ik ‘aan’. Onbeperkt. Het lijkt eeuwig te duren voordat de ambulance voor komt rijden, maar als ik er nu op terug kijk, was het echt heel snel. Het paniekerige geblaf van onze hond Freddie breekt m’n hart. De broeders stappen naar binnen en gaan direct naar boven. Alle kastjes, draadjes, snoertjes en monitors liggen verspreid over ons bed. Vanaf nu is ons bed de werkplek van de broeders en niet meer onze plek van rust. Na een eeuwig durend half uur komen daar de verlossende woorden: “We nemen ‘m mee.”

Een traject van 4 weken IC-opname volgt. Het gaat razendsnel achteruit en de artsen zijn bang. Ze laten het ons niet merken dat ze bang zijn, maar via-via hoor ik dat Mark zijn acute opname als een lopend vuurtje door het ziekenhuis gaat. Dat zegt iets. Een jonge, gezonde kerel van 28 jaar die binnen 24 uur verlamd is geraakt door… Door wat eigenlijk? Daar krijgen we uiteindelijk antwoord op. En beloof me dat als je dit leest, je niet angstig wordt. Het kwam door een verkoudheid. Het immuunsysteem sloeg op hol en brandde niet alleen de verkoudheid eruit, maar ook het hele zenuwstelsel.

Dag in dag uit ga ik naar het ziekenhuis en elke dag gaan papa, mama en Susanne met me mee. Ze blijven onvoorwaardelijk komen, ik kan elke avond bij hen eten en mag blijven slapen wanneer ik wil. We staan weer bij Mark zijn IC-bed en ik blijf tegen Mark praten. In de hoop dat hij me hoort. Positieve dingen, motivatie, beloftes dat hij hier weer uit komt als diezelfde jonge, gezonde kerel. Dat we geduld moeten hebben. Maar vooral dat het goedkomt. Alles komt goed. Na 4 weken zien we aanzienlijk meer verbetering. En maandag 18 juli mag Mark eindelijk naar de verpleegafdeling. Het zit ons mee. Er is licht aan het eind van de tunnel.

Dinsdag 19 juli. Ik krijg telefoon om 8.45 uur ‘s ochtends. Ik sta meteen aan. Het is papa. “Wat is er met Mark?!” vraag ik paniekerig.
“Iris”, begint papa rustig, “beloof me dat je rustig blijft. Alsjeblieft. Blijf rustig. Er is niets met Mark. Hij is oké.”
En dan wordt het licht in m’n hoofd. Want papa belt me nooit ‘s ochtends.
“Mama heeft een hartinfarct gehad vannacht.”
Ik snak naar adem. De eeuwig voelende stilte aan de telefoon gebruik ik om op adem te komen.
“Waar is ze?”, vraag ik uiteindelijk.
“Ze is met spoed overgebracht naar MCL in Leeuwarden, daar kunnen ze dotteren. Ze heeft 3 stents gekregen, Susanne is bij haar en ze…” Meer hoor ik niet. Ik weet niet meer of ik nu naar het ziekenhuis van Mark moet, of naar mama. Alsof ik uit elkaar getrokken word. Terwijl ik het liefst gewoon in bed blijf liggen. Veilig. Onder m’n deken, ook al is het stikheet buiten. Laat me maar zweten, maar alles liever dan dit.
Na een tijdje kom ik weer bij zinnen en hoor ik papa nog zeggen dat ze mogelijk vandaag naar Sneek komt.
“Oh, dan kunnen we de bezoekjes aan Mark en mama dus combineren”, grimas ik. Ik hoor papa grijnzen. Humor is onze manier om dingen te verwerken, hoe erg het ook is. Maar nu komt het zwaarste gedeelte. Mark is net uit zijn coma en ik moet hem vertellen dat m’n moeder een hartinfarct heeft gehad. Met lood in de schoenen ga ik weer naar het ziekenhuis.

Met opengesperde ogen kijkt Mark me aan en schiet vol. We knuffelen. Goddank kunnen we weer knuffelen. Ook al kan Mark nog niet lopen of zitten, hij kan zijn linkerarm wel al om me heen leggen. We blijven even zo zitten. Niet lang daarna wordt mama op de hartbewaking van Sneek gebracht, dus loop ik naar die afdeling. “Ik kom zo wel weer terug”, en ik blaas een handkusje naar Mark.

‘s Avonds lig ik verslagen in bed. Het voelt allemaal zo oneerlijk. Het ging verdorie toch goed! En dan nu dit… Het is een bizarre rollercoaster waarin alle emoties zich in hoog tempo opvolgen. Maar daarna komt er eindelijk rust in de tent. Op 28 juli wordt Mark ontslagen uit het ziekenhuis en mag hij naar Beetsterzwaag om te revalideren. Eindelijk. Vrolijk pak ik alle spullen, verzamel alle kaarten en doe alles in de koffer om mee te nemen vanaf de verpleegafdeling. We zwaaien nog even naar het ziekenhuis: “Tot nooit meer ziens!!” roepen we lachend. Op naar betere tijden!

2 augustus 2022. Daar zit ik dan. Op de spoedeisende hulp. Wéér in het ziekenhuis. Susanne is gelukkig bij me. Ondanks dat we 7 jaar verschillen, is ze naast mijn zusje ook mijn soulmate. Ze is alles voor me. Tuurlijk kunnen we kibbelen, maar juist wanneer dat gebeurt schieten we daarna ook in de lach. Ik ben blij dat ze bij me is. Na een echo blijkt dat ik een acute blindedarmontsteking heb. Wel een ‘vriendelijke’ zoals ze dat noemen. Ik was er op tijd bij. Maar omdat ik positief testte, moest ik overgebracht worden naar Drachten, omdat ik een kamer alleen moest hebben. Wat een slechte soapserie dit, denk ik hardop. Na een succesvolle operatie mag ik de volgende dag naar huis. Laat het dan nu eindelijk eens ophouden.

2 september 2022. “Het is een burn-out”, zegt de huisarts. Susanne zit tegenover hem en veegt de laatste tranen van haar gezicht. “Ik geef je medicatie waardoor je sowieso beter slaapt, maar ik wil ook dat je bloed laat prikken.” De nachtmerrie van de afgelopen tijd laat z’n diepe sporen na. Het is alsof een verwoestende aardbeving alle natuur heeft gesloopt en we nu bezig zijn alle puin op te ruimen. Maar hier en daar valt er nog iets naar beneden. Of verwonden we ons aan het puin dat we doorspitten.

Vanaf vandaag begin ik voorzichtig weer met werken. Dit is dus m’n eerste blog weer sinds… die bewuste 19 juni. Langzaamaan bouwen we onze wereld weer op. En dat kost tijd. Dus voorlopig werk ik therapeutisch. Ik moet m’n energie nog echt goed verdelen. Tussendoor breng ik Mark naar zijn ergo- en fysiotherapieën en ben ik er voor mama en Susanne. Mama is nog erg emotioneel nadat ze weer teruggekrabbeld is vanaf ‘de rand’. En met Susanne probeer ik museummomenten te maken, zodat ze weer wat positieve energie krijgt. Mark is sinds 15 augustus definitief thuis, ziet alleen nog dubbel vanwege een hersenstam ontsteking, maar dat moet goed komen. Want hoe zwaar deze storm en aardbeving ook was: elke dag heb ik tegen mezelf in de spiegel gezegd dat alles goed komt. Sterker nog: op 29 juli heb ik het definitief gemaakt door m’n linker onderarm te laten tatoeëren met een mooie roos, waarvan de steel het zinnetje “alles komt goed” is.

Dus hoe zwaar de storm ook is in je leven: zorg voor een mantra, zinnetje of overtuiging die jou kracht geeft. Uiteindelijk heb ik ruim een uur gedaan over deze blog, waar ik normaliter binnen een kwartier een blog schrijf. Dat betekent dat er nog werk aan de winkel is. Straks nog ‘even’ wat mails doorspitten en dan is het weer eventjes klaar voor vandaag. Maar ook daarbij geldt: alles komt goed.

10 manieren om je leven nu te verbeteren
photo

John Strelecky geeft je gratis tips om het leven van je dromen te leiden!

DOWNLOAD HET GRATIS E-BOOK